Samen zijn we Alblasserdam
Terwijl de laatste rook van oud en nieuw nog tussen de straten hangt en de stoep eruitziet alsof er een klein slagveld heeft plaatsgevonden, staan zij er al. Met goede voornemens en met werkhandschoenen. De mannen die het vuurwerkafval inzamelen. Onze buitendienst die bij weer of geen weer aan de slag is. (Ook die van de strooiploeg in deze nachten onder het nulpunt.)
En dan zijn daar de kinderen. Met wangen rood van de kou, een zak vuurwerkrestanten in de hand of in de kar en een blik die zegt: dit is serieus werk. Want per zak krijgen ze een bedragje. Niet omdat het moet, maar omdat het hoort. Zo leren ze spelenderwijs dat rommel opruimen net zo normaal is als het maken ervan. Misschien wel normaler.
Alsof dat nog niet genoeg is, staan diezelfde mensen in de eerste week van januari opnieuw paraat. Kerstbomen. Honderden. Soms met nog een laatste verdwaalde kerstbal, soms half kaal, maar altijd met liefde de deur uitgezet. Ook hier weer kinderen die slepen, sjouwen en trots hun boom aanbieden. Kleine handen, grote inzet.
Wat zou Alblasserdam zijn zonder deze mensen? Zonder deze stille routine na de drukte, zonder deze praktische vorm van gemeenschapszin? Dan bleef het een rommel, letterlijk én figuurlijk. Zij zorgen ervoor dat we fris aan het nieuwe jaar beginnen. Niet met grote woorden, maar met doen.
De medewerkers van onze buitendienst en onze kinderen, ze vragen geen applaus. Maar ze verdienen het wel. Want hier, op straatniveau, gebeurt het. Samen verantwoordelijk, samen opruimen, samen vooruit.
Samen zijn we Alblasserdam. En daar mogen we best trots op zijn.
Marten Japenga, wethouder