Conceptbeleidsplan Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) onder loep genomen

Het college van burgemeester en wethouders heeft in een informatieve bijeenkomst voor de commissie Samenleving op 3 april het conceptbeleidsplan Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) besproken met gemeenteraadsleden en commissieleden.
Omdat het succes van de Wmo voor Alblasserdam voor een belangrijk deel afhankelijk is van een goede samenwerking tussen de gemeente en haar burgers en instellingen, hebben zij in het proces rond de ontwikkeling van dit beleidsplan een belangrijke klankbordfunctie vervuld.
 
Na een hartelijk welkom van de dagvoorzitter, Rinus van Lavieren, voorzitter commissie Samenleving, lag de presentatie van het conceptplan in handen van gastspreker Hélène van Mil (WWZ Haaglanden) en Hans Erkens, projectleider Wmo gemeente Alblasserdam.
 
“Samen bouwen aan de Wmo”        
Erkens lichtte het conceptbeleidsplan “Samen bouwen aan de Wmo” toe in een duidelijke en krachtige presentatie. “Doel van deze wet is dat iedereen, jong of oud, met of zonder beperking kan meedoen aan de samenleving. De Wmo doet daarmee een groot beroep op de inzet van alle burgers.”
Erkens benadrukte dat de gemeente de plicht heeft om bij het invullen van de wet burgers zo veel mogelijk te betrekken. Om die reden is een Wmo-adviesraad ingesteld, bestaande uit burgers, die het college van burgemeester en wethouders zal adviseren over het nieuwe beleid. De gemeente moet in een vierjarig plan aangeven wat zij met deze wet wil bereiken en hoe zij dat wil doen. De gemeente­raad moet dit beleidsplan vaststellen.
Met deze wet heeft de gemeente er extra taken bij gekregen, zoals het organiseren van hulp bij het huishouden, ondersteunen van mantelzorgers en het inrichten van een Wmo-loket, waar alle burgers met vragen over wonen, zorg en welzijn terecht kunnen.
 
Visie Alblasserdam
In het conceptbeleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning Alblasserdam 2008-2011 is de visie vastgelegd hoe de gemeente Alblasserdam de komende vier jaar uitvoering wil geven aan de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het betreft een integrale beleidsvisie op de thema’s wonen, welzijn en zorg, maar raakt ook beleidsterreinen als onderwijs, sport, vervoer, gezondheid en integratie. Iedereen, jong of oud, met of zonder beperking, moet de kans krijgen zo lang mogelijk volwaardig aan de samenleving te blijven deelnemen.
De gemeente ondersteunt initiatieven van burgers en instellingen waarin actief burgerschap een rol speelt en waar mensen zich inzetten voor anderen in de buurt om de leefbaarheid te vergroten.
Ook ondersteunt zij initiatieven van burgers die de verantwoordelijkheid over eigen welzijn op zich nemen. Daarnaast wil de gemeente kwetsbare mensen extra ondersteuning bieden (vangnet).
 
Erkens benadrukte deze avond meerdere malen dat dit een plan op hoofdlijnen betreft. Een belangrijke opgave daarbij is het aanbrengen van samenhang tussen de al bestaande beleids­terreinen als welzijn, jeugd- en vrijwilligersbeleid en de nieuwe beleidsterreinen: mantelzorg­ondersteuning, één-loketfunctie en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ).
Er ligt hier een dynamisch plan waarop de komende jaren aanvullingen en bijstellingen plaats zullen vinden en waarvan een aantal onderdelen uitgewerkt zullen worden in deelplannen.
 
Voor beleid en uitvoering rond individuele voorzieningen (waaronder Hulp bij het Huishouden en de Wet voorzieningen gehandicapten) wordt samengewerkt in Drechtstedenverband. Waar nodig zullen wij verwijzen naar het Beleidskader Wmo Drechtsteden, dat in het najaar van 2006 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hierin zijn al veel uitgangspunten verwoord.
 
“Wij doen mee!”
Hoofddoel van de Wmo is meedoen. Alle mensen met of zonder beperking moeten in staat worden gesteld om zo lang mogelijk te kunnen meedoen in de samenleving. Dit vraagt om andere rollen van gemeente, burgers en instellingen. Het accent zal daarbij veranderen van aanbodgericht werken naar een benadering, waarbij de burger en zijn vragen centraal staan. De gemeente realiseert zich dat het succes van de Wmo voor een belangrijk deel afhankelijk is van een goede samenwerking tussen de gemeente en de organisaties op het gebied van welzijn en zorg.
 
Discussies en vragen
Na de pauze konden de commissieleden aan de hand van vragen met burgers en instellingen in debat gaan over hun bijdrage, rol en visie met betrekking tot de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Duidelijk was dat de aanwezigen goed hun huiswerk hadden gedaan. Vragen, zoals: “Hoe communiceert de gemeente dadelijk met haar burgers over de Wmo?”;  “Is de Wmo nu helder voor al die burgers en weten zij nu welke vragen zijn waar moeten leggen?” tot “Wat gaat er met de expertise gebeuren van een ROWA, SWOA en Bureau Sociaal Raadslieden?”, leidden tot korte, soms hevige discussies. Een groot geschilpunt waren de kansen en bedreigingen van een één-loket functie bij de gemeente. Enkele vertegenwoordigers van belangenorganisaties waren van mening dat de gemeentelijke drempel letterlijk en figuurlijk te hoog zou liggen. Uitgebreide toelichting van onder andere de Wmo-adviesraad op de totstandkoming en werking van deze loketfunctie kon de zorg van betrokkenen niet wegnemen.
 
Bij de afronding van de discussie werd de vervolgprocedure over dit conceptbeleidsplan nog eens nadrukkelijk aangestipt:
 
6 mei    Einde formele inspraak
2 juni    Behandeling Commissie Samenleving
11 juni  Vaststelling Beleidsplan door gemeenteraad
 
Het gehele conceptbeleidsplan kunt u vinden op: www.alblasserdam.nl